Verbind je met ons

Zakelijk

Concentraties: Commissie keurt PVC-joint venture tussen INEOS en Solvay, onder voorwaarden

DELEN:

gepubliceerd

on

afbeeldingenNa een diepgaand onderzoek heeft de Europese Commissie op grond van de EU-concentratieverordening goedkeuring verleend voor de voorgestelde combinatie van de Europese chloorvinylactiviteiten van INEOS AG uit Zwitserland en Solvay SA uit België in een nieuw opgerichte joint venture.

De goedkeuring is afhankelijk van de afstoting van bepaalde INEOS-fabrieken voor suspensiepolyvinylchloride (S-PVC) en aanverwante activa. Door deze afstoting krijgt de koper een zelfstandig S-PVC-bedrijf dat kan concurreren met de nieuwe joint venture. De Commissie was bezorgd dat de transactie, zoals oorspronkelijk aangemeld, de fusieonderneming in staat zou hebben gesteld de prijzen voor S-PVC in Noordwest-Europa en voor natriumhypochloriet ("bleekmiddel") in de Benelux te verhogen, aangezien zij de twee grootste leveranciers in de Benelux samenvoegde. deze markten. De aangeboden toezeggingen komen tegemoet aan deze zorgen.

Joaquín Almunia, vicevoorzitter van de Commissie belast met het mededingingsbeleid, zei: "PVC is een belangrijke grondstof die wordt gebruikt in de bouwsector en in veel andere industrieën. De voorgestelde toezeggingen zullen ervoor zorgen dat de transactie niet zal resulteren in hogere prijzen ten nadele van bedrijven en bedrijven. consumenten in Europa.” S-PVC is een harssoort die bijvoorbeeld wordt gebruikt voor de productie van buizen of kozijnen. Bleekmiddel wordt voornamelijk gebruikt voor waterbehandeling, desinfectie en het bleken van wasgoed.

Op de markt voor basis-S-PVC in Noordwest-Europa zou de transactie, zoals oorspronkelijk aangemeld, de sterkste concurrent van INEOS, Solvay, hebben uitgeschakeld. De gefuseerde entiteit zou te maken hebben gehad met onvoldoende concurrentiedruk van de resterende, veel kleinere spelers en zou daarom in staat zijn geweest de prijzen te verhogen. Bovendien heeft de Commissie bewijzen gevonden dat INEOS al vóór de transactie over een zekere mate van marktmacht beschikte, waardoor zij de prijzen kon verhogen. Uit het onderzoek van de Commissie is tevens gebleken dat de concurrenten van de partijen noch de capaciteit, noch de prikkels zouden hebben gehad om de productie voldoende uit te breiden om op te wegen tegen een prijsverhoging door de nieuwe gemeenschappelijke onderneming.

Bovendien speelt import geen belangrijke rol op deze markt en het is onwaarschijnlijk dat dit in de komende toekomst substantieel zal veranderen. Ten slotte beschikken de klanten niet over aanzienlijke kopersmacht en zouden zij derhalve hebben geleden onder de vermindering van de leveringsmogelijkheden na de transactie. De Commissie kwam ook tot de conclusie dat de door de partijen aangevoerde efficiëntieverbeteringen, zelfs als ze zouden worden aanvaard, beperkt zouden zijn in vergelijking met de waarschijnlijke prijsstijging als gevolg van de transactie en daarom niet voldoende zouden zijn om de negatieve gevolgen ervan voor de klanten te compenseren.

Op de markt voor bleekmiddel in de Benelux zou de transactie een marktleider hebben gecreëerd met een marktaandeel van meer dan 60%, terwijl Akzo, de enige andere overgebleven speler, duidelijk niet in staat zou zijn geweest de fusieonderneming voldoende onder druk te zetten om prijsstijgingen voor klanten. Om deze zorgen weg te nemen, boden de bedrijven aan om de S-PVC-fabrieken van INEOS in Wilhelmshaven, Mazingarbe en Beek Geleen af ​​te stoten, samen met de upstream-productieactiva voor chloor en ethyleendichloride ("EDC") in Tessenderlo en Runcorn. De fusieonderneming en de koper zullen een joint venture-overeenkomst aangaan voor de productie van chloor in Runcorn. Door de afstoting krijgt de koper een volledig geïntegreerde, op zichzelf staande S-PVC-onderneming.

Met deze toezeggingen wordt de overlap tussen de activiteiten van de partijen op zowel de markt voor basis-S-PVC in Noordwest-Europa als op de markt voor bleekwater in de Benelux opgeheven. De partijen hebben zich ertoe verbonden de voorgenomen transactie niet af te ronden alvorens een bindende overeenkomst te hebben gesloten voor de verkoop van de af te stoten activiteiten aan een geschikte koper die door de Commissie is goedgekeurd. Een reeks koperscriteria zal ervoor zorgen dat deze activa worden verkocht aan een koper die in staat is het bedrijf als concurrentiekracht op de markt te runnen. De Commissie kwam tot de conclusie dat de transactie, zoals gewijzigd door de toezeggingen, niet langer tot mededingingsbezwaren zou leiden. Dit besluit is afhankelijk van de volledige naleving van de toezeggingen.

advertentie

Achtergrond

De Commissie heeft zich al met de PVC-industrie beziggehouden. In het bijzonder heeft de Commissie in het recente verleden twee opeenvolgende overnames van INEOS in deze sector goedgekeurd: in 2008 keurde de Commissie, na een diepgaand onderzoek, de overname van Kerling door INEOS goed (zie IP / 08 / 109) en in 2011 keurde het de overname door INEOS van de PVC-activiteiten van Tessenderlo goed (zie IP / 11 / 929).

INEOS en Solvay hebben de geplande transactie op 16 september 2013 bij de Commissie aangemeld. De Commissie heeft op 5 november 2013 een diepgaand onderzoek geopend (zie IP / 13 / 1040). Op 21 januari 2014 heeft de Commissie de partijen in een mededeling van punten van bezwaar meegedeeld dat de voorgenomen transactie, zoals oorspronkelijk aangemeld, ernstige mededingingsbezwaren deed rijzen op de markt voor standaard S-PVC in Noordwest-Europa en op de markt voor bleekmiddel in de Benelux.

Uit het onderzoek van de Commissie is gebleken dat de voorgenomen transactie geen aanleiding zou geven tot mededingingsbezwaren op alle andere markten waar de activiteiten van de partijen elkaar overlappen of verticaal verbonden zijn, met name op de markten voor butadieen, raffinaat1, chloor, natronloog, vinylchloridemonomeer, zoutzuur, emulsie PVC, methyleenchloride en chloroform. Dit komt vooral door de beperkte verandering in het gecombineerde marktaandeel en de aanwezigheid van andere marktspelers die voldoende druk kunnen uitoefenen.

Bedrijven

INEOS is de moedermaatschappij van een groep bedrijven die actief zijn in de productie van petrochemische producten, speciale chemicaliën en olieproducten. Haar dochteronderneming, INEOS ChlorVinyls, is een Europese producent van chlooralkaliproducten en leverancier van polyvinylchloride (PVC).

Solvay is de moedermaatschappij van een groep bedrijven die internationaal actief zijn in onderzoek, ontwikkeling, productie, marketing en verkoop van chemicaliën en kunststoffen. Dochteronderneming SolVin is een Europese leverancier van PVC-harsen.

De joint venture zal onder gezamenlijke zeggenschap staan ​​van de twee moedermaatschappijen. Volgens de overeenkomst tussen INEOS en Solvay zal de joint venture uiterlijk zes jaar na de oprichting onder de exclusieve controle van INEOS komen te staan. De transactie kan vervolgens worden onderworpen aan verder onderzoek door de Commissie.

Concentratiecontrole regels en procedures

De Commissie heeft de taak om fusies en overnames te beoordelen waarbij ondernemingen betrokken zijn met een omzet boven bepaalde drempels (zie artikel 1 van de Concentratieverordening) En concentraties die de daadwerkelijke mededinging in de EER of een wezenlijk deel daarvan zouden belemmeren.

De overgrote meerderheid van de aangemelde fusie de mededinging niet problemen opleveren en worden gewist nadat een routine beoordeling. Vanaf het moment dat een transactie is aangemeld, heeft de Commissie over het algemeen een totaal van 25 werkdagen om te beslissen of om goedkeuring te verlenen (Fase I) of een diepgaand onderzoek (Fase II) te starten.

Momenteel lopen er nog vijf fase II-fusieonderzoeken. Het eerste betreft de voorgenomen overname van het Duitse cementbedrijf Cemex West door zijn rivaal Holcim uit Zwitserland (zie IP / 13 / 986). De deadline voor een definitieve beslissing in deze zaak is 8 juli 2014. Het tweede lopende onderzoek, de geplande overname van Telefónica Ireland door Hutchison 3G UK (H3G), concerns, de markten voor mobiele retailtelefonie en voor wholesaletoegang en gespreksopbouw in Ierland (zie IP / 13 / 1048). De deadline voor een definitieve beslissing in deze zaak is 20 juni 2014. De derde betreft de voorgenomen overname van E-Plus door Telefónica Deutschland (zie IP / 13 / 1304 en IP / 14 / 95) met een deadline opgeschort vanaf 5 mei 2014. Het vierde fase II-onderzoek betreft de geplande overname door Huntsman van een aantal aandelenbelangen gehouden door Rockwood, beide uit de VS (zie IP / 14 / 220). De deadline voor een definitieve beslissing in deze zaak is 18 september 2014. De laatste lopende fase II-zaak werd in april 2014 geopend met betrekking tot de geplande overname van bepaalde activa van de Zwitserse bouwmaterialengroep Holcim door zijn Mexicaanse rivaal Cemex (zie IP / 14 / 472). De deadline voor een beslissing in deze zaak is 5 september 2014.

Meer informatie zal beschikbaar zijn op de te concurrentie website, in de Commissie openbaar case register onder zaaknummer M.6905.

Deel dit artikel:

EU Reporter publiceert artikelen uit verschillende externe bronnen die een breed scala aan standpunten uitdrukken. De standpunten die in deze artikelen worden ingenomen, zijn niet noodzakelijk die van EU Reporter.

Trending